DANCEORIENTATION.EU
#danceisblind
NL  FR  EN

Beleid trainersontwikkeling

09 september 2026

Van participatie naar zelfstandig trainerschap 

DanceOrientation kiest bewust voor een praktijkgericht en progressief beleid voor de ontwikkeling van trainers. 

Een trainer wordt niet uitsluitend gevormd door technische danskennis of het volgen van een opleiding. Goed trainerschap ontstaat uit de combinatie van praktijkervaring, sporttechnische kennis, pedagogische competenties, communicatie, reflectie, creativiteit en verantwoordelijkheid. 

Daarom kunnen trainers binnen DanceOrientation een meerjarig ontwikkelingsparcours doorlopen waarin verantwoordelijkheden geleidelijk worden opgebouwd. 

Een belangrijk onderdeel van deze trainercursus bestaat in het sportlessen geven voor mensen met een beperking. Met een beperking bedoelen we G-sporters binnen exclusieve werking maar tevens en bovenal inclusief waarbij iedereen met iedereen danst. Meer info hieromtrent zie hieronder. 

Het uitgangspunt is: 

observeren → uitvoeren → begeleiden → zelfstandig handelen → verantwoordelijkheid opnemen → kennis doorgeven 

Het traject vindt plaats binnen de Michèle Martens Methodology, ontwikkeld vanuit jarenlange praktijkervaring met dansers met en zonder (visuele) beperking. 

Binnen deze methodologie betekent zelfstandigheid niet het loslaten van een gemeenschappelijk kader. Trainers krijgen ruimte om een eigen stijl en persoonlijkheid te ontwikkelen, maar werken vanuit een gedeelde pedagogische en inhoudelijke visie. 

Het traject is een tweejarig parcours met een jaar leren vanuit de praktijk en een jaar evolueren naar autonomie en verantwoordelijkheid. 

Fase 1 – leren vanuit de praktijk 

In een eerste fase ligt de nadruk op observeren, participeren, oefenen en begeleid verantwoordelijkheid opnemen. 

Een trainer in ontwikkeling krijgt de mogelijkheid om structureel praktijkervaring op te doen binnen de reguliere lessen en leert onder meer: 

• muzikaal tellen en oefeningen structureren;
• dansfiguren analyseren en helder uitleggen;
• bewegingen technisch correct demonstreren;
• bewegingen duidelijk en toegankelijk verwoorden;
• voor een groep staan en een voorbeeldfunctie opnemen;
• deelnemers observeren en ondersteunen;
• omgaan met verschillende niveaus en leertempo’s;
• feedback ontvangen en verwerken;
• samenwerken met andere trainers;
• geleidelijk onderdelen van een les begeleiden;
• ervaring opdoen tijdens performances, repetities en andere activiteiten van de werking. 

Deze fase is gebaseerd op ervaringsgericht leren: 

observeren → uitvoeren → feedback → reflecteren → opnieuw toepassen 

Naarmate competenties toenemen, worden ook de opdrachten en verantwoordelijkheden complexer. 

Fase 2 – autonomie en verantwoordelijkheid 

In een volgende fase verschuift het accent naar zelfstandig handelen. 

De trainer krijgt meer verantwoordelijkheid binnen lessen, kan zelfstandig onderdelen begeleiden, leert een groep leiden en kan – wanneer voldoende competentie is opgebouwd – lessen of trainingsmomenten overnemen. 

Praktijkervaring kan worden aangevuld met relevante externe opleidingen en erkende bijscholingen, waaronder VTS-erkende vorming en gespecialiseerde vorming rond sporten en dansen met personen met een visuele beperking. 

DanceOrientation beschouwt permanente vorming als onderdeel van professioneel trainerschap. Ook een ervaren trainer blijft kennis ontwikkelen, nieuwe methodieken onderzoeken en eigen handelen kritisch evalueren. Daarnaast hecht DanceOrientation veel waarde aan de verspreiding van het #danceisblind project waarbij inclusief dansen tot het hoofddoel wordt gedefiniërd. 

Autonomie binnen een gedeelde methodologie 

Een belangrijk uitgangspunt van het trainersbeleid is dat toenemende autonomie samengaat met toenemende verantwoordelijkheid. 

Een trainer hoeft geen kopie te worden van een andere trainer. Er moet ruimte zijn voor persoonlijkheid, een eigen communicatiestijl, creativiteit en verdere ontwikkeling. 

Tegelijkertijd moeten deelnemers kunnen rekenen op continuïteit en kwaliteit, ongeacht welke trainer voor de groep staat. 

Daarom vormt de Michèle Martens Methodology het gemeenschappelijke inhoudelijke en pedagogische referentiekader voor trainers die binnen DanceOrientation werken. 

Professioneel trainerschap omvat binnen dat kader niet alleen technische competenties, maar ook: 

• samenwerken;
• helder communiceren;
• feedback vragen, ontvangen en geven;
• afspraken respecteren;
• verantwoordelijkheid opnemen;
• rekening houden met de impact van het eigen handelen op deelnemers, collega’s en de organisatie;
• bijdragen aan de kwaliteit en continuïteit van de volledige werking. 

Autonomie is binnen DanceOrientation daarom nooit vrijblijvend. Hoe groter de zelfstandigheid van een trainer, hoe groter ook de verantwoordelijkheid tegenover de groep en het geheel. 

Trainerscompetenties binnen inclusief sporten 

Binnen inclusief sporten krijgt trainersontwikkeling een bijkomende dimensie. 

De trainer werkt met mensen die informatie en beweging op verschillende manieren waarnemen, verwerken en uitvoeren. 

Een beweging kan bijvoorbeeld visueel worden voorgedaan, maar moet eveneens verbaal, auditief, tactiel of stapsgewijs kunnen worden overgebracht. 

De trainer ontwikkelt daardoor geen enkele vaste manier van lesgeven, maar een flexibel didactisch repertoire. 

De centrale vraag wordt niet uitsluitend: 

Hoe leg ik deze beweging uit? 

maar ook: 

Hoe zorg ik ervoor dat deze specifieke deelnemer de informatie kan begrijpen, verwerken en uiteindelijk zo zelfstandig mogelijk kan toepassen? 

Ondersteuning wordt daarbij niet als eindpunt beschouwd. Het doel is deelnemers zoveel mogelijk competentie, autonomie en verantwoordelijkheid te laten ontwikkelen. 

Hetzelfde principe wordt toegepast op trainers. 

Van uitvoeren naar creëren 

Naarmate de technische en pedagogische competenties van een trainer toenemen, wordt ook creatief denken belangrijker. 

De ontwikkeling verloopt daarbij van: 

uitvoeren → begrijpen → analyseren → aanpassen → mee creëren → zelfstandig creëren 

Een trainer leert daardoor niet uitsluitend bestaande dansfiguren of choreografieën correct overbrengen, maar wordt gestimuleerd om na te denken over het creatieve proces. 

Daarbij komen vragen aan bod zoals: 

• Waarom werkt een bepaalde beweging?
• Hoe verhoudt beweging zich tot muziek?
• Hoe bewegen verschillende dansers samen door de ruimte?
• Hoe wordt een choreografie leesbaar en uitvoerbaar voor verschillende deelnemers?
• Hoe kunnen verschillende manieren van waarnemen en bewegen vanaf het begin onderdeel worden van het creatieve proces?
• Hoe wordt toegankelijkheid gecombineerd met artistieke kwaliteit? 

Het ontwikkelen van een eigen choreografie kan een volgende stap vormen binnen het trainersparcours. 

De trainer wordt dan ook maker en leert zelfstandig keuzes maken rond muziek, structuur, beweging, ruimte, groepsdynamiek, artistieke expressie en toegankelijkheid. 

Binnen inclusief sporten betekent dit dat toegankelijkheid niet pas achteraf aan een bestaande choreografie wordt toegevoegd. Er wordt vanaf het creatieve begin nagedacht over hoe verschillende lichamen, mogelijkheden en manieren van waarnemen onderdeel kunnen zijn van het artistieke concept. 

Een sterk kader geeft richting. Goed trainerschap toont zich in het vermogen om binnen dat kader deskundig, flexibel, creatief en mensgericht te handelen. 

Permanente ontwikkeling 

Het behalen van een bepaald niveau van zelfstandigheid betekent niet dat de ontwikkeling van een trainer stopt. 

DanceOrientation verwacht dat trainers zich blijven ontwikkelen door praktijkervaring, opleiding, observatie, feedback, zelfreflectie en verdere verdieping in dans en beweging. 

Daarbij worden trainers aangemoedigd om: 

• nieuwe dans- en bewegingskennis te verwerven;
• hun technische vaardigheden verder te ontwikkelen;
• eigen choreografisch materiaal te creëren;
• creatieve flexibiliteit te oefenen;
• te leren omgaan met onverwachte situaties;
• feedback actief te vragen én te geven;
• kennis met anderen te delen;
• verantwoordelijkheid op te nemen voor hun verdere ontwikkeling;
• zelf leerling te blijven. 

Van participatie naar wederkerigheid 

Het trainersbeleid sluit aan bij een bredere visie binnen DanceOrientation: 

participatie → competentie → autonomie → verantwoordelijkheid → wederkerigheid → gedeeld eigenaarschap 

Gedeeld eigenaarschap betekent niet dat iedereen dezelfde rol, bevoegdheid of verantwoordelijkheid heeft. 

Een ervaren trainer draagt kennis over. Een trainer in ontwikkeling krijgt ruimte om te observeren, te oefenen en fouten te maken. Naarmate competenties toenemen, groeien zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Uiteindelijk kan een trainer zelf kennis doorgeven, nieuwe trainers ondersteunen en actief bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de werking. 

Daarmee krijgt ook inclusie een ruimere betekenis. 

Inclusie betekent binnen DanceOrientation niet uitsluitend toegang krijgen tot een activiteit of kunnen deelnemen. Het betekent ook de mogelijkheid krijgen om te leren, competenties te ontwikkelen, verantwoordelijkheid te dragen, kennis door te geven en uiteindelijk zelf bij te dragen aan de gemeenschap waarvan men deel uitmaakt. 

Zo ontstaat wederkerigheid. 

Kwaliteitsbewaking 

DanceOrientation beschouwt trainersontwikkeling als een continu proces. Het toekennen van meer autonomie gebeurt daarom op basis van aantoonbare competenties, praktijkervaring, betrouwbaarheid en het vermogen om binnen het gemeenschappelijke pedagogische kader verantwoordelijkheid op te nemen. 

Zelfstandig trainerschap is geen automatisch gevolg van het aantal gevolgde maanden of jaren. De opgebouwde competenties en de kwaliteit van het handelen zijn bepalend. 

DanceOrientation behoudt daarom de verantwoordelijkheid om te beoordelen welke taken en verantwoordelijkheden een trainer zelfstandig kan opnemen en welke verdere begeleiding of vorming aangewezen is. 

Op die manier worden ontwikkelingskansen voor trainers, autonomie van de trainer en kwaliteitsgaranties voor deelnemers met elkaar verbonden.

Tekstbeschrijving bij de foto's

foto 1: Youri en Georgia staan in koppeldans tegenover elkaar, beiden zijn in het wit gekleed naar analogie met de kledingprotocol van die dag.

foto 2: Youri danst met zijn dochter Lore, we vinden het fijn dat diversiteit ook vertaald wordt in alle leeftijden.

foto 3: Posefoto van het volledige showteam "The performers", ze doopten zichzelf tot deze naam en iedereen straalt van geluk en tevredenheid. 15 mensen, 15 dansende zielen op 1 leuk Gentse Feesten moment

foto 4: Lien, kijkt bewonderend op naar de dansdemonstraties van Lieven, Sumeyra en Mariska, ze gaat helemaal op in het animatiemoment op een liedje van Christophe, "dat gevoel". Tijdens de Gentse Feesten wilden we ook aandacht voor mensen met een mentale beperking. De mama van Summeyra, Linda kijkt goedkeurend toe. We willen Linda extra bedanken voor het engagement ze aan de dag legde voor deze dansers. Ze voerde, verzorgde de kleding, liep overal mee om hen dit mooi moment te mogen geven. Op de achtergrond staan Manuel, Annick, Davy en Hanne. Ze vormen een onderdeel van het #danceisblind project.

foto 5: Michèle verteld veelvuldig aan de mensen die er zijn hoe goed Manuel danst. De foto toont een ondersteunende hand op zijn schouder.

foto 1: Youri en Georgia foto 2: Youri en Lore foto 3: Groepsfoto van The Performers foto 4: Blije gezichten tijdens het optreden. Lynn lacht bij het zien van Mariska en Lieven foto 5: Overleg Michèle en Manuel