INLEIDING:
#Danceisblind beoogt de inclusie van kinderen met een visuele beperking in de danswereld door een intersectorale samenwerking tussen actoren uit onderwijs, sport, cultuur en zorg.
“Nike Community Impact Fund 2024”
Dankzij de financiële ondersteuning van het Nike Community Impact Fund 2024 konden dansworkshops georganiseerd worden voor kinderen met een visuele beperking. Deze ondersteuning bood tevens de mogelijkheid om in het verlengde daarvan verdiepend onderzoek te verrichten naar de impact en effectiviteit van inclusieve danspraktijken binnen deze doelgroep.
Het project stelt vervolgens een gespecialiseerde bewegingsmethodiek en expertise ter beschikking aan:
1. Organisaties die zich inzetten voor personen met een visuele beperking
2. Instellingen uit het buitengewoon onderwijs en centra voor inclusieve pedagogiek.
3. Onderwijsinstellingen implementeren de methodiek
3.1 binnen het curriculum lichamelijke opvoeding4. Culturele instellingen en non-profitorganisaties gespecialiseerd in inclusieve vrijetijdsbesteding faciliteren dansactiviteiten en publieke toonmomenten, wat bijdraagt aan de maatschappelijke zichtbaarheid van het project.
5. Ouders worden actief betrokken via digitale infomomenten en danssessies waarin ze samen met hun kinderen kunnen participeren, ter bevordering van de familiale betrokkenheid en sociale cohesie.
6. Deelnemers die verdere interesse tonen, krijgen de mogelijkheid om hun ontwikkelingstraject in dans voort te zetten en publiekelijk te presenteren.
7. Door strategische communicatie, media-aandacht en sensibiliseringscampagnes wordt de maatschappelijke impact vergroot en wordt draagvlak gecreëerd binnen het bredere netwerk van onderwijs, cultuur, sport en welzijn.
Het is wenselijk te streven naar:
1. Expertise-uitwisseling tussen onderwijs, sport en zorg.Samen maken we dans toegankelijk voor blinde en slechtziende kinderen, met blijvende impact!
B. HANDELEIDING:
Dans is een bijzonder rijke leeromgeving waarin kinderen hun lichaam, emoties en sociale relaties op een natuurlijke manier verkennen. Voor kinderen met een visuele beperking vormt dans bovendien een unieke ingang tot ontwikkeling, omdat het lichaam ingezet wordt als primair zintuiglijk én expressief kanaal.
“biopsychosociale benadering”
Deze handleiding vertrekt vanuit een biopsychosociale benadering, een wetenschappelijk gefundeerd model dat gezondheid en functioneren beschouwt als het resultaat van de voortdurende interactie tussen biologische, psychologische en sociale factoren.
In het kader van inclusief dansonderwijs wordt deze visie versterkt door inzichten uit de kinesitherapie, ergotherapie, psychomotoriek en pedagogiek. We pleiten voor een geïntegreerde, interdisciplinaire aanpak waarin elk aspect van het kind tot zijn recht komt.
1. Het biologische component
Kinderen met een visuele beperking ervaren vaak beperkingen op het vlak van motorische ontwikkeling en lichaamsoriëntatie, niet door een motorisch defect, maar door het gebrek aan visuele informatie die normaal richting geeft aan beweging en ruimtelijk inzicht. Dit kan leiden tot problemen met balans, ritmische coördinatie, oriëntatie in de ruimte en motorische planning.
Dansactiviteiten die beroep doen op proprioceptieve, vestibulaire en auditieve input kunnen deze hiaten gedeeltelijk compenseren. Door gebruik te maken van tactiele instructie, verbale cues en ritmische structuren, kunnen kinderen hun bewegingsmogelijkheden herontdekken. Methoden zoals body mapping, grondingsoefeningen en bilaterale coördinatietraining zijn bijzonder waardevol. Bij complexere motorische problemen is overleg met kinesitherapeuten of ergotherapeuten aangewezen, zodat de danspedagogiek wordt afgestemd op het individuele motorische profiel van het kind.
2. Het psychologisch component
Dans functioneert niet alleen als motorisch medium, maar ook als krachtig psychologisch instrument. Voor kinderen met een visuele beperking, die vaak kampen met onzekerheid, faalangst of een verminderd zelfbeeld, biedt dans een ervaringsruimte waarin controle, expressie en succeservaringen centraal staan.
Een veilige, gestructureerde context met herkenbare opbouw (bv. vaste opwarmroutines, voorspelbare bewegingspatronen) helpt kinderen om vertrouwen te winnen. Emotionele veiligheid is een noodzakelijke voorwaarde voor exploratie. Binnen deze omgeving wordt via dans gewerkt aan zelfregulatie, motivatiebevordering en emotionele expressie. Vrije improvisatie, thematisch bewegen en dansante verbeeldingsoefeningen vergroten het psychologisch welbevinden en de intrinsieke motivatie van het kind.
Dans zet bovendien het werkgeheugen, de aandacht en het concentratievermogen aan het werk, waardoor ook cognitieve executieve functies impliciet gestimuleerd worden. Dit versterkt de algemene leerbaarheid van het kind binnen en buiten de danscontext. (Zie hieronder)
3. Het sociale component
Functioneren gebeurt nooit in isolatie; ook dans is een relationeel en communicatief proces. Kinderen met een visuele beperking ondervinden vaak belemmeringen op vlak van sociale interactie, deels door fysieke obstakels, deels door maatschappelijke vooroordelen of een gebrek aan ervaring bij begeleiders.
Dans creëert mogelijkheden tot inclusieve participatie doordat het een non-verbaal communicatiemiddel is dat via ritme, beweging en aanraking toegang biedt tot verbinding. Door te werken met duo-oefeningen, spiegeloefeningen of groepschoreografieën (zie hieronder) worden sociale vaardigheden zoals empathie, afstemming, initiatiefname en responsiviteit versterkt. Daarnaast biedt dans een podium voor zichtbaarheid: toonmomenten en optredens dragen bij aan maatschappelijke erkenning en helpen stigma's rond beperkingen te doorbreken.
De sociale component vereist echter ook omgevingsaanpassingen: een veilige, toegankelijke ruimte zonder obstakels, duidelijke akoestiek, en begeleiding door sensitieve professionals zijn cruciaal. Een goede samenwerking met ouders, scholen, leerlingbegeleiders en jeugddiensten zorgt voor continuïteit en sociale inbedding buiten de danssessie.
4. Interdisciplinaire integratie
Een effectieve biopsychosociale benadering vereist een interdisciplinaire praktijk. Dansbegeleiders staan idealiter in contact met kinesisten, ergotherapeuten, logopedisten, psychologen en leerkrachten. Gezamenlijke observaties, uitwisseling van doelen en integratie van strategieën zorgen ervoor dat de danssessie niet losstaat van de rest van het ontwikkelingskader van het kind.
Danslessen voor kinderen met een visuele beperking profiteren van:
4.1 multisensorische instructie (auditief, tactiel,
kinesthetisch),
4.2 verlengde instructietijd met ruimte voor verkenning van de ruimte
via aanraking,
4.3 het gebruik van ritme en muziek als structuurgevende
elementen,
4.4 en differentiatie op basis van individuele noden en
sterktes.
5. Dans is dus een biopsychosociaal medium
Dans is in zijn essentie een biopsychosociaal medium: het brengt het lichaam in beweging, spreekt de geest aan en verbindt mensen. Voor kinderen met een visuele beperking is dans meer dan expressie — het is een toegangspoort tot zingeving, identiteit en verbondenheid. Door vanuit een biopsychosociaal kader te werken, erkennen we de complexiteit én het potentieel van elk kind. Zo creëren we een inclusieve ruimte waarin elk lichaam mag bewegen, elk gevoel mag bestaan, en elke stem — zichtbaar of onzichtbaar — gehoord wordt.
6. Dans als multidisciplinair programma
Dans is een multidisciplinair programma waarin praktische oefeningen, ondersteunende hulpmiddelen en technologische innovaties samenkomen om dansers te helpen zich vrij, zelfverzekerd en creatief te bewegen.
Dans is multidisciplinair omdat het een interdisciplinaire integratie van verschillende academische en artistieke domeinen inhoudt. Het combineert elementen van fysieke training en motorische beheersing met muzikale interpretatie en artistieke expressie. Daarnaast integreert dans invloeden uit verwante disciplines, zoals theater, beeldende kunst en technologische innovaties. Deze interdisciplinaire benadering resulteert in uitvoeringen waarin zowel de technische aspecten als de emotionele en culturele dimensies van bewegingen op een holistische wijze worden overgedragen (zoals hierboven beschreven in de biopspychologische benadering).
7. Dans als mobiliteitstraining
“ Dans en mobiliteitstraining delen hetzelfde doel: beter bewegen zonder zicht ”
Dans, net zoals mobiliteitstraining vereist een aanzienlijke cognitieve inspanning omdat dansers vooraf gecomponeerde routines moeten internaliseren en onthouden. Deze memorisatieprocessen activeren zowel motorische als hogere cognitieve functies, zoals werkgeheugen, aandacht en executieve controle, wat resulteert in een intensieve mentale belasting tijdens de uitvoering.
7.1 Sensorische integratie
In dans worden ritme, muziek, tast en auditieve aanwijzingen gebruikt om oriëntatie te ondersteunen. Vestibulaire prikkels zoals draaien en springen stimuleren het evenwichtsgevoel. Dansen met 2 en aanraking helpen bij het lichaamsbewustzijn.
In mobiliteitstraining ligt de focus op auditieve herkenningspunten, het gebruik van een taststok, en voelbare oppervlakken die helpen om zich veilig te oriënteren en hun balans te bewaren.
7.2 Cognitieve ruimtelijke vaardigheden
In dans leert men via choreografie en beweging een mentale kaart van de ruimte op te bouwen. Richtingsgevoel wordt getraind via bewegingen ten opzichte van het eigen lichaam en andere dansers.
In mobiliteitstraining wordt de mentale kaart toegepast op het dagelijks leven: blinden leren routes plannen en zich oriënteren via herkenningspunten. Ze oefenen met het onthouden van volgordes en het maken van keuzes onderweg.
7.3 Motorische controle en balans
Dans biedt structurele oefeningen om balans, houding en coördinatie te versterken. Door bilaterale bewegingen (zoals het kruislings bewegen van armen en benen) verbetert men het motorisch evenwicht.
In mobiliteitstraining leert men zich stabiel voortbewegen, ook op oneffen terrein. Zo oefent men stappen maken, evenwicht bewaren, en obstakels ontwijken op een veilige manier.
7.4 Hulpmiddelen en technologie
In dans worden voelbare vloerstructuren, auditieve grenzen en tactiele oriëntatiepunten gebruikt om richting en veiligheid te bieden.
In mobiliteitstraining leert men omgaan met hulpmiddelen zoals taststokken, tactiele kaarten en eventueel GPS-technologie. Men gebruikt voelbare paden en haptische signalen om zelfstandig te navigeren.
7.5 Omgevingsfactoren en toegankelijkheid
De dansruimte moet veilig zijn, met een effen vloer, duidelijke akoestiek en herkenbare begin- en eindpunten. Structuur en afbakening zorgen voor vertrouwen in de ruimte.
In mobiliteitstraining leren blinden omgaan met publieke omgevingen. Ze oefenen in ruimtes met geleidelijnen, voelbare overgangen, auditieve signalen en uniforme trappen of stoepen.
7.6 Pedagogisch-therapeutische benadering
Dans bevordert expressie, zelfvertrouwen en sociaal contact. Begeleiders geven stapsgewijze instructies, zorgen voor succeservaringen en stimuleren vrije bewegingskeuze.
In mobiliteitstraining wordt gewerkt aan zelfstandigheid en emotionele weerbaarheid. Ook leren hulp vragen, assertief zijn en omgaan met onverwachte situaties. Differentiatie per niveau is essentieel.
8. De voordelen van dans voor blinde of slechtziende jeugd
8.1 Verbetering van het werkgeheugen:9. De knelpunten van dans voor blinde of slechtziende jeugd
9.1 Cognitieve belasting en mentale vermoeidheid:Deze dynamiek illustreert hoe dans als cognitief-motorische activiteit niet alleen bijdraagt aan de ontwikkeling van technische en artistieke vaardigheden, maar ook aanzienlijke mentale veerkracht en aandacht vereist.
10. Sporttakoverschrijdend
"Beweeg slim, niet in hokjes."
Verwante toepassingen op sporten zoals de gevechtsporten, capoeïrha, turnen en ritmische gymnastiek, figuurschaatsen (minder van toepassing op #danceisblind) en Breakdance.
10.1 Basisoriëntatie en hulpmiddelen voor sport voor blinden en slechtzienden"Integratie van dans in de gymnastiekles: een wetenschappelijke benadering van motorische ontwikkeling en ritmische coördinatie"
11. Opbouw van danslessen
Het bevorderen van een vertrouwelijke sfeer door de les te structureren in de volgende componenten
11.1 Improvisatie:
Improvisatie in dans verwijst naar het spontane en intuïtieve creëren van bewegingen zonder vooraf ingestelde choreografie. Het stelt de danser in staat om in het moment te reageren op muziek, emoties en de omgeving, waardoor een unieke en expressieve interpretatie ontstaat.
In deze interventie studie verplaatsen de leerlingen zich stappend door de turnzaal, georiënteerd op het ritme van een instrument. In dit geval wordt de Clave (twee stokken die ritmische patronen aangeven) ingezet als hulpmiddel. De oefening bestaat uit verschillende bewegingen door de zaal op basis van verschillende ritmische structuren.
Het trainingsprotocol bestaat uit verschillende fasen:
11.1.1 Gelijke 8-tellen:Deze oefeningen verplichtten de deelnemers tot nauwgezet luisteren en het afstemmen van hun passen op de beat, wat de aandacht en concentratie op motorische coördinatie bevordert. Als aanvulling kon de oefening worden uitgebreid met een 'freesedance', waarbij aan het einde van elke tel een danspose wordt ingenomen.
In deze pilotstudie werden de trainingssessies toegepast bij ongeveer 20 blinde en slechtziende kinderen en 15 kinderen met autisme en een 60 tal ziende kinderen met een blinddoek op binnen een sensibiliseringscampagne. Alle deelnemers reageerden uitermate positief en beschouwden de oefening als een leuke en effectieve introductie tot ritmische en gecontroleerde bewegingen. Mogelijks andere combinaties kunnen tot hetzelfde resultaat leidden.
11.2 Solodans aan de balletbarre of klimrek (houvast)
Solodans met ondersteuning van een balletbarre of klimrek biedt belangrijke voordelen. Ten eerste als een tastbare referentie, waardoor de ruimtelijke oriëntatie worden versterkt. Dit verhoogt de stabiliteit en het evenwicht tijdens technische oefeningen, wat het risico op onbedoelde fouten of vallen vermindert. Daarnaast draagt deze ondersteuning bij aan het vergroten van zelfvertrouwen en het veilig verkennen van nieuwe bewegingen, waardoor de danser zich beter kan concentreren op de artistieke en technische aspecten van de uitvoering.
11.2.1 Voetenwerk (zie artikel dans voor jeugd met visuele beperking februari 2025)11.3 Koppeldans :
Koppeldans in de context van het artikel dans met 2 biedt blinde dansers verschillende voordelen, zoals verbeterde oriëntatie door de fysieke interactie met de partner, die fungeert als een tactiele en auditieve referentie. Daarnaast stimuleert het de proprioceptie en het lichaamsbewustzijn, aangezien de danser in voortdurende afstemming met de partner beweegt. De gezamenlijke activiteit bevordert tevens sociale interactie, vertrouwen en empathie, wat bijdraagt aan sociale integratie. Tenslotte ondersteunt koppeldans de ontwikkeling van alternatieve zintuiglijke vaardigheden en kan het therapeutische voordelen bieden, zoals stressvermindering en emotionele expressie.
11.4 Groepsdans:
Hierin bewegen meerdere dansers gezamenlijk, waarbij coördinatie en synchronisatie essentieel zijn. Groepsdansen kunnen zowel gestructureerd als improvisatorisch zijn en benadrukken de dynamiek van collectieve expressie.
Voor jeugd met een visuele beperking stellen we voor de groepsdansen te organiseren in een cirkelvormige opstelling, waarbij vloerdansvormen met nadruk op fysieke connectie centraal staan. Dit bevordert de oriëntatie, het lichaamsbewustzijn en de sociale interactie, doordat de fysieke nabijheid en tastbare verbinding tussen de deelnemers als natuurlijke referentie dienen.
Aanvullende voorbeelden van dergelijke groepsdansvormen zijn:
11.4.1 Traditionele cirkel- of ronde dansen: Hierbij bewegen de deelnemers hand in hand in een gesloten cirkel, wat de sociale cohesie versterkt en een duidelijke ruimtelijke structuur biedt.Beide benaderingen stimuleren de ontwikkeling van sensorische compensatie en dragen bij aan het vergroten van zowel de zelfstandigheid als het zelfvertrouwen van de dansers.
11.5 Choreografische dans:
In deze vorm is de dansroutine vooraf gepland en samengesteld. De choreograaf bepaalt de bewegingen, overgangen en expressieve elementen, die vervolgens door de dansers worden uitgevoerd in een vaste volgorde. Dit kan zowel solistisch als in groepsverband plaatsvinden.
Deze diverse vormen illustreren hoe dans zowel individuele als sociale, spontane als gestructureerde en technische als artistieke elementen kan omvatten. Iedere vorm draagt bij aan de ontwikkeling van zowel fysieke als creatieve vaardigheden en biedt unieke mogelijkheden voor expressie en communicatie bij elk kind.
Besluit:
“Door dans in te zetten als toegankelijke en niet-competitieve bewegingsvorm voor mensen met een visuele beperking, verhogen we zowel hun autonomie als levenskwaliteit, stimuleren we een ruimer en meer vraaggericht aanbod, en dragen we actief bij aan de vermaatschappelijking van ondersteuning buiten het klassieke zorgcircuit.”
In de context van de fysieke en cognitieve ontwikkeling van jeugd met een visuele beperking is het noodzakelijk dat het huidige turnonderwijs expliciet aandacht besteedt aan het combineren van geheugen- en motorische vaardigheden. Veel bestaande curricula richten zich voornamelijk op de basale aspecten van fysieke mobiliteit en oriëntatie, maar bevatten onvoldoende cognitieve oefeningen die gericht zijn op het trainen van werkgeheugen, concentratie en complexe motorische coördinatie binnen een dynamische en uitdagende omgeving. Dit tekortbehoud in het curriculum belemmert de ontwikkeling van motorische vaardigheden hand in hand met cognitieve capaciteiten, hetgeen van cruciaal belang is voor de zelfstandigheid en integratie van blinde en slechtziende studenten in zowel de dagelijkse als educatieve contexten. De integratie van intensieve, cognitief veeleisende oefeningen die zowel geheugen als motorische vaardigheden combineren, zou naar analogie van multidisciplinaire benaderingen in dans en mobiliteitstraining, een belangrijke aanvulling kunnen zijn. Sportdisciplines zoals dans, ritmisch turnen en vechtsporten zoals judo, waar geheugen, motorische expertise en strategie samenkomen, bieden een waardevolle benchmark voor het verbeteren van dergelijke trainingsmethoden binnen het turncurriculum voor kinderen met een visuele beperking. Het nalaten van het implementeren van deze trainingsbehoeften versterkt niet alleen de kloof in lichamelijke en cognitieve ontwikkeling, maar verhoogt ook het risico op belemmeringen in de zelfredzaamheid binnen sociale en educatieve omgevingen. Het is daarom van essentieel belang om lesroutines te ontwikkelen die de motorische vaardigheden van kinderen met een visuele beperking niet alleen verbeteren, maar ook scholen in het ontwikkelen van kritische cognitieve functies zoals werkgeheugen, aandacht en strategisch denken. Deze multidisciplinaire activiteiten ondersteunen de integratie van onder andere werkgeheugen, sensorimotorische integratie, aandacht en executieve functies; echter, de mentale belasting die met deze oefeningen gepaard gaat, kan leiden tot cognitieve vermoeidheid en stress. Het huidige onderwijsaanbod blijkt onvoldoende voorbereid om deze cognitieve en motorische integratie optimaal te bevorderen, wat resulteert in een aanzienlijk gebrek aan gerichte training in geheugen- en motorische vaardigheden, en vormt aldus een gapend tekort in het lesaanbod voor kinderen met visuele beperkingen.
Tijdens mijn observaties is gebleken dat de huidige aanpak in de turnlessen voor kinderen met een visuele beperking vaak te sterk leunt op externe ondersteuning van turnleraren, begeleiders en kinesisten. Deze hulpverlening neemt zo'n dominante rol in, dat de kinderen onvoldoende worden gestimuleerd om zelf na te denken en autonoom te handelen.
Op de lange termijn kan dit overmatige ingreep de ontwikkeling van cruciale zelfredzaamheidsvaardigheden belemmeren, aangezien de leerlingen niet leren om zelfstandig problemen op te lossen en hun eigen bewegingsbeslissingen te nemen. In een inclusieve samenleving, waarin zelfstandigheid een sleutelrol speelt, is het van fundamenteel belang dat ook kinderen met een ernstige handicap de kans krijgen om hun eigen bewegingen te initiëren en te controleren.
Het gebrek aan uitdaging om zelfstandig te bewegen ondermijnt niet alleen de ervaring van vrijheid en beleving in dans, maar vormt tevens een obstakel voor de ontwikkeling van autonoom denken. Zelfs bij kinderen met een zware handicap behoort het bevorderen van autonomie en zelfredzaamheid tot de kerntaken van het turncurriculum. Er is daarom een dringende noodzaak voor een pedagogisch model dat een evenwicht creëert tussen noodzakelijke ondersteuning en het stimuleren van zelfstandigheid, teneinde de lange termijn ontwikkeling van zowel cognitieve als motorische vaardigheden optimaal te ondersteunen.
Het bevorderen van zelfredzaamheid in beweging is fundamenteel voor het realiseren van een inclusieve samenleving voor mensen met een visuele beperking en dient te beginnen in het onderwijs. Het vermogen om zich zelfstandig te oriënteren en actief deel te nemen aan sociale en educatieve activiteiten door zelfstandigheid in beweging te ontwikkelen zorgt voor een groeiend zelfvertrouwen en persoonlijke ontwikkeling, wat op de lange termijn een essentiële katalysator vormt voor de volledige maatschappelijke integratie van mensen met een visuele beperking.
“Een gezamenlijke oproep tot structurele integratie van dans voor kinderen met een visuele beperking in het onderwijs”
De inzichten, resultaten en ervaringen die voortvloeien uit het project #Danceisblind, gesteund door het Nike Community Impact Fund 2024–2025, onderstrepen de grote meerwaarde van dans als multidisciplinaire en inclusieve bewegingsvorm. Dans stimuleert niet alleen de fysieke en motorische ontwikkeling van kinderen met een visuele beperking, maar bevordert ook het werkgeheugen, de aandacht, sensorimotorische integratie, sociale interactie en zelfredzaamheid.
Het is duidelijk geworden dat dans, mits didactisch en methodologisch goed ingebed, een unieke hefboom kan zijn voor de cognitieve, fysieke én emotionele ontwikkeling van deze doelgroep. Bovendien biedt dans een toegankelijke en laagdrempelige context waarin expressie, plezier en maatschappelijke participatie samenkomen.
Wij roepen daarom onderwijsinstellingen, CLB’s, sportfederaties, jeugdorganisaties, cultuurhuizen, zorg- en welzijnsinstellingen, opleidingsverstrekkers, beleidsmakers en toekomstgerichte scholen voor buitengewoon en inclusief onderwijs op om:
1. Dans structureel te integreren in het onderwijs- en sportcurriculum als volwaardige en ontwikkelingsgerichte activiteit voor kinderen met een visuele beperking.
2. Interprofessionele samenwerking te versterken tussen de domeinen onderwijs, sport, cultuur en zorg om expertise, infrastructuur en vorming duurzaam op elkaar af te stemmen.
3. Professionals op het terrein te ondersteunen via praktijkgerichte vormingen en materiaalontwikkeling, zodat zij met vertrouwen dans kunnen inzetten als pedagogisch en therapeutisch middel.
4. Ruimte te creëren voor onderzoek en innovatie, waarin technologie, tactiele hulpmiddelen en aangepaste methodieken verder ontwikkeld en gevalideerd kunnen worden.
5. Ouders en gezinnen actief te betrekken bij dansactiviteiten, en hen te zien als partners in het bevorderen van autonomie, welzijn en sociale inclusie van hun kinderen.
Dans is geen luxe of optionele expressievorm. Het is een fundamenteel recht op cultuur, beweging en beleving voor álle kinderen, ongeacht hun visuele mogelijkheden. Door samen te investeren in duurzame en toegankelijke danseducatie leggen we de basis voor een inclusieve samenleving waarin kinderen met een visuele beperking volwaardig, zelfstandig en creatief kunnen participeren.
“Laten we de beweging maken – letterlijk en figuurlijk – naar een samenleving waarin elk kind zijn plek op de dansvloer verdient.”
foto 1: Een blinde peuter onderzoekt vol verwondering het voetenbord met daarop de uitgezette voetstappen.
foto 2: Drie kinderen volgen een auditieve instructie om met hun schouders tegen een stretchband te tikken en zo shimmy-bewegingen na te bootsen. Een begeleidster biedt hierbij ondersteuning.